Moluks-Marokkaanse twisten in Culemborg
In Culemborg zijn sinds de jaarwisseling Molukse en Marokkaanse jongeren met elkaar slaags geraakt. Maar de onlusten waren er al sinds september vorig jaar. Iedereen bemoeit zich ermee of er een nationale calamiteit dreigt. Is die vrees wellicht terecht?
Op de televisie konden we allemaal zien hoe de burgemeester van Culemborg op huisbezoek ging bij Molukkers om eens poolshoogte te nemen. Een oudere Molukker deed hem open, maar wenste hem niet te spreken. „U had jaren eerder moeten komen. Nu heeft het geen zin meer”, voegde hij burgemeester Roland van Schelven bits toe. Deze kon niet anders dan gefrustreerd afdruipen. Maar de Molukse Culemborger had gelijk. Het probleem speelt al jaren.
Het gaat immers om bevolkingsgroepen die een totaal eigen voorgeschiedenis hebben en bij welke de Nederlandse overheid een niet al te beste rol heeft gespeeld.
Nederland is sinds de jaren zestig van de afgelopen eeuw uitgegroeid tot een multiculturele samenleving. Dat waren we in wezen al eeuwenlang, maar nooit zo akelig nadrukkelijk als de laatste vijftig jaar.
Een aantal groepen immigranten speelt hierbij de hoofdrol. Dat zijn vooral Surinamers, Antillianen, Turken en Marokkanen. De grote integratieproblemen treft men aan bij de laatste groep. Daarbij speelt ook de religie, namelijk de islam, een aanzienlijke rol.
Doodknuffelen
De Molukkers echter vormen een kleinere groep, maar door hun afkomst en historie hebben zij een heel bijzondere plaats in onze maatschappij verworven. De overheid wordt vaak verweten dat ze allochtone immigranten te veel in de watten legt.
Het woord ’doodknuffelen’ wordt daarvoor vaak gebruikt. Dat wekt regelmatig ergernis op bij autochtone Nederlanders. Bij Molukkers ligt dat anders. Die zijn door Nederland zeker niet verwend. Integendeel, Nederland heeft zich ten opzichte van de Molukkers slecht gedragen.
Om de achtergrond van de Culemborgse rellen te begrijpen is het nodig iets van de voorgeschiedenis te weten. De Molukken zijn een grote eilandengroep in het oosten van Indonesië. Enkele bekende eilanden zijn onder meer Ambon, Halmahera en Ceram. Die eilanden waren eeuwenlang befaamd om hun teelt van specerijen. Ongeveer de helft van de Molukkers is christelijk. Hetgeen opvallend is in een islamitisch land als Indonesië. Er wonen ongeveer twee miljoen mensen.
De Molukken behoorden ongeveer driehonderd jaar lang tot Nederlands-Indië, onze voormalige tropische kolonie. Om dit reusachtige rijk te besturen (met slechts ruim 350.000 Nederlanders!) was er een leger nodig. Dat werd in 1830 de KNIL, het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. De kern daarvan bestond vooral uit Molukse militairen. Die waren uiterst gezagsgetrouw, koningsgezind, zeer gesteld op Nederland, bijzonder dapper en goed gedisciplineerd. Het was een elitekorps.
Na de Tweede Wereldoorlog verloor Nederland zijn koloniën en in 1950 werd de KNIL opgeheven. De positie van duizenden Molukse militairen werd hachelijk omdat ze door de nieuwe Republiek Indonesië met achterdocht of zelfs haat werden bekeken. Ze waren immers trouw geweest aan het door de Indonesische nationalisten zo verfoeide koloniale Nederlandse regime.
De Molukkers riepen in 1950 een eigen republiek uit, die echter door de Indonesische overheid meteen werd onderdrukt. Meer dan 12.500 oud-KNIL-militairen kwamen met hun gezin naar Nederland.
Onze overheid bracht ze onder in leegstaande voormalige concentratiekampen van de Duitsers, zoals onder meer in Westerbork en Vught. Verder deed die overheid niet veel voor ze. De Molukkers voelden zich door Nederland verraden, beledigd, vernederd en in de steek gelaten. Maar het gelukte de meesten van hen hier in Nederland een redelijk of zelfs goed bestaan op te bouwen.
Daarbij speelden hun nauwe familiebanden, hun trotse identiteit, hun tradities en hun sterke karakter een grote rol. Maar op de achtergrond bleef, ook bij de jongere generaties, het verlangen naar een eigen onafhankelijke staat, de Republik Maluku Selatan op de tropische eilanden van de Molukken. Die droom werd nooit bewaarheid en Nederland liet ze politiek vallen als een baksteen.
Wanhoopsdaden
Deze frustratie leidde bij de tweede generatie tot een aantal wanhoopsdaden zoals onder meer de beruchte treinkapingen bij Wijster in 1975 en De Punt in 1977. De Marokkanen daarentegen hebben een geheel andere achtergrond. Die zijn niet hier gekomen als gevolg van politieke aardverschuivingen. Ze zijn gekomen om zuiver economische redenen.
Nederland was voor velen van hen een soort schizofreen luilekkerland waar alles mogelijk was dank zij een immense en kostbare immigratie-industrie.
Bovendien belijden de meeste Marokkanen de islam op een veel nadrukkelijker wijze dan de Molukkers hun christelijke godsdienst. Die mentaliteitscontrasten, die er ook al waren op de tropische Molukken, worden nu naar alle waarschijnlijkheid verder voortgezet in het koude Culemborg.
Wie dus over de recente conflicten een zinnig woord wil zeggen, dient eerst de voorgeschiedenis te kennen. Dat is kennelijk niet gebeurd. Vandaar dat burgemeester Roland van Schelven (D66) de deur werd gewezen door een Molukse inwoner van zijn stad.
Thans is de gehele softe multiculturele verzoeningsindustrie weer op volle toeren gaan draaien. Professor Ruben Gowricharn, hoogleraar multiculturele samenleving in Tilburg, vindt het „onduidelijk of er sprake is van een etnisch conflict”. Rob Witte, programmamanager Jeugd en Veiligheid, stelt een ’sociaal calamiteitenplan’ voor.
De ME patrouilleert. Er komt een ’verzoeningstocht’, maar ook een samenscholingsverbod. En Guusje ter Horst, de minister van Binnenlandse Zaken (PvdA) komt met het officiële maar volstrekt fantasieloze standaardrecept, namelijk 150.000 euro voor straatcoaches.
Maar een schaamteloos gebrek aan historische kennis en aan gezag, gecombineerd met een verontrustend onvermogen om zich in de mentaliteit van Molukkers en Marokkanen te verdiepen, kan nooit worden gecompenseerd met een belachelijk aanbod van een handvol geld.
Culemborg betaalt thans de prijs voor falend geschiedkundig begrip en voor tientallen jaren lang aanhangen van softe maatschappelijke theorieën. En in wezen voor de laffe karakterloosheid van onze regering.
Prof.Smalhout